Rixt van het OerdDag en nacht kon men de oude gebogen gestalte van Rixt op het strand waarnemen waar zij samen met Sjoerd, haar zoon, gejutte goederen door de duinen naar hun vervallen hutje bracht.

Maar Sjoerd had de lokroep van de zee gehoord en hij wilde gaan varen en plotseling was hij vertrokken. Alleen en verslagen bleef Rixt achter. Het jutten werd haar steeds zwaarder, de zee gaf niet zoveel meer. Geen schip strandde. En de zee had Sjoerd van het eiland gelokt! Rixt begon een duivels plan uit te broeden:  Wraak, wraak moest zij nemen op de zee!

Terwijl de storm op een nacht rond het hutje raasde, ging Rixt, gewapend met een lantaarn op weg. Ze stak de lantaarn aan en zwaaide die in het rond. Op zee tornde een schip stampend en slingerend  tegen de storm op. De kapitein tuurde bezorgd de roetdonkere nacht in. Zag hij het goed? Een lichtje? Denkend aan een veilige haven, gaf de kapitein opdracht om koers te wijzigen. Toen kwam onverwachts de catastrofe. Huizenhoge witte brekers doemden voor het schip op, het was  te laat. Het schip zat muurvast op een zandbank….  Tegen de ochtend was er niets dan wrakhout van het schip meer over. Niemand van de bemanning overleefde de ramp.

Amper had het daglicht de duisternis van de nacht verdrongen of Rixt zwierf al over het strand. Speurend zocht zij naar “buit”. Maar… wat was dat? Daar lag het levenloze lichaam van Sjoerd… haar eigen zoon! Weer had de zee gewonnen! Luid gillend en krijssend vloog Rixt de Oerder duinen in ….. Niemand heeft haar nadien meer gezien. Alleen, als de nachten donker zijn en de storm over het Oerd huilt, herleeft de dolende geest van Rixt. Wie dan goed luistert, hoort: Hoe-oe-oei…. Sjoe-oe-oerd……..