Traditioneel Amelander vistuig

Op Ameland wordt al eeuwenlang gevist, vissen was in de afgelopen eeuwen een welkome aanvulling op het destijds karige bestaan van de Amelanders. Dit vissen deed men met diverse soorten vistuig op traditionele manier. Zo werd er gevist met botwant, fuiken en netten. Werd er paling en bot gestoken en werd er gebruik gemaakt van een botzak.

Botwant: Een lange lijn met haken waar zeepieren aan zitten. De lijn wordt met laag water op het Wad uitgezet en blijft gedurende een Vissen op Amelandvissen met net“tij” staan. Daarna kun je, als het opnieuw laag water is, het wad op gaan om te kijken of er vis aan zit.

Botzak: De gevangen bot werd door de vissers meegenomen in een zak, de zogenaamde botzak.

Botsteken en palingsteken: Bot en paling werden gestoken met een botsteker of palingsteker. Met een “staak” waar aan de onderkant een aantal “tanden” zaten, werd de vis in ondiep water gestoken. Het bot en palingsteken werd al in het midden van de 19e eeuw verboden, omdat het een nogal wrede manier van visvangen was.Vissers op Ameland

Fuik: Een fuik is een van netten of wilgentenen gemaakte val voor vissen. Een fuik bestaat uit een aantal achter elkaar geplaatste trechters, waardoor vissen (vooral paling) wel naar binnen doch lastig naar buiten kunnen zwemmen.

Netten: Onder de visnetten  worden twee hoofdgroepen onderscheiden: staande netten en sleepnetten. Staande netten staan passief opgesteld in het water. (bijvoorbeeld staand want vissen) De netten worden bij laag water gezet en komen met de vloed onder water te staan. De vissen zwemmen zich met hun kieuwdeksels vast in de mazen van het net, of ze komen in een fuikconstructie terecht. Sleepnetten worden actief voortbewogen door het water, doordat eraan getrokken wordt door bijvoorbeeld een visser of een vissersschip.