II A 4.1 - 36II A 4.1 - 35

 

Van oudsher waren de boerderijen op Ameland in de dorpen gesitueerd. Zij maakten een wezenlijk deel uit van de dorpsstructuur.

Het dorp Buren bijvoorbeeld, bestond vroeger alleen maar uit boerderijen. In II B 1.1 - 22de polder was II A 4.2 - 24nog geen bebouwing. 

De meeste boeren hadden slechts een paar stuks vee

De  boerderijen waren kleinschalig van opzet 

We nemen een kijkje; Boven de stalruimte is een soort zolder, “verdieping” genaamd. De “verdieping” werd vaak als bergplaats gebruikt voor het uitgedorste stro of voor de pootaardappelen. De noordkant van de schuur is de kant waar zich de stallen bevinden. De openstaande deur vormt de verbinding van de dwarse deel met de koeienstal.  In de stal aangekomen hebben we gelegenheid ook daar rond te kijken. We staan op de “baan”, het looppad achter de stallen vlak achter de “groep” of “grup”, de mestgoot. De stallen zijn verhoogd en door schotten verdeeld in compartimenten waar twee koeien gestald kunnen worden.