VI A  2.1 - 11HVI A  2.2 - 11et toerisme was in de periode tot de Tweede Wereldoorlog slechts voorbehouden aan een kleine groep van mensen die voldoende vrije tijd en/of geld hadden.

Ze bouwden er vaak hun eigen pittoreske vakantiehuisjes. Baden deed men uiterst zorgvuldig, eerst vanuit een rijtuig en later iets vrijer. Strandstoelen met overkapping bepaalden het beeld en op het strand was men passend gekleed.

Pit van Loo, Hollum 1952

De eilanden waren ook geliefd bij kunstenaars en schrijvers. Zo hield de Jongfryske Mienskip onder leiding van Douwe Kalma in de jaren twintig op Ameland elk jaar een zomerkamp en waren schilders als Pit van Loo en Jan Wiegers, leden van “de Ploeg” regelmatig op het eiland te vinden.

 

 

 

Pit van Loo , Hollum 1952

VI A  2.1 - 16

VI A  2.1 - 12

 

 

 

VI A  2.1 - 42VI A  2.1 - 26

                                                                                                                             Het echte massatoerisme ontstond pas na de Tweede Wereldoorlog. In de toen ontstane welvaartsstaat kreeg de Nederlandse bevolking meer vrije tijd en ook vaste vakanties. Ook Ameland werd bij vele Nederlanders en Duitsers een geliefde vakantieplek.

Net als in de hele toeristenbranche paste ook Ameland zich aan. De onderkomens werden luxer, de hotels groter en het kamperen in tent of caravan verdween voor het grootste gedeelte.