De walvisvaart zorgde op Ameland in de 18e eeuw    III B 1.3 - 33                                    voor een  periode van betrekkelijke welvaart. In deze periode trokken veel bewoners naar de ijzige arctische wateren om daar hun fortuin te zoeken.

Zij die succesvol waren bouwden voor zichzelf de fraaie commandeurswoningen die we vandaag de dag nog in de vier dorpen kunnen zien staan, vooral in Hollum en Ballum, met op de gevels het jaar waarin ze gebouwd werden. Ook de walviskaken die op sommige plaatsen op het eiland als erfafscheiding werden neergezet herinneren aan deze tijd. III B 1.3 - 31

 

III B 1.1 - 33

Kakebien_2

Eén van deze commandeurs was Hidde Dirks Kat (1747 – 1824 Hollum) Hij voer voor een Hamburgse reder 1771 – 1777. In de zomer van 1777 raakten 14 walvisvaarders vast in het ijs bij de oostkust van Groenland. Een voor een werden de schepen verpletterd door het kruiende ijs. Ook de tweemast brik “Juffrouw Klara” van Commandeur Kat. Toen het schip kapot was moest de bemanning het schip verlaten via het ijs ging het naar de kust van Groenland pas na vele ontberingen en verliezen van mensenlevens werd het restant van de  bemanning gered door Eskimo’s

grafsteen

grafsteen 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De geredden zijn opgevangen en verzorgd door de eskimo’s. De geredden hebben overwinterd in de Deense kolonie Frederiks Hoop. In september 1778 was Kat met zijn overgebleven bemanningsleden weer terug op Ameland. Doordat Kat een dagboek heeft geschreven van deze ramp-reis is hij de bekendste Commandeur van Ameland.