Vuurtoren weetjes (Alle informatie over de vuurtoren Ameland)

Ontwerp van de vuurtoren Ameland
De vuurtoren op Ameland is in 1880 gebouwd in opdracht van koning Willem III.
De toren is ontworpen door Quirinus Harder.
Hoofdconstructeur van de bouwkundige dienst van het loodswezen.
Harder ontwierp vuurtorens uit gietijzer dat als constructiemateriaal in het midden van de negentiende eeuw nieuw was. 

Uitvoering bouw
De bouw van de vuurtoren op Ameland is uitgevoerd door gieterij Nering Bögel in Deventer. Nering Bögel exploiteerde oorspronkelijk een hoogoven tevens gieterij. In 1831 ging het bedrijf, als eerste in Nederland, over tot de plaatsing van koepelovens, waar ijzer als halffabricaat omgesmolten werd tot eindproduct. In dezelfde periode ontstond een machinefabriek. In 1870 is de hoogoven opgeheven. De onderneming groeide uit tot de grootste gieterij in Nederland met op het hoogtepunt meer dan duizend werknemers. Het bedrijf had grote klanten als de Nederlandse Spoorwegen en de Nederlands-Indische Spoorweg Maatschappij. Nering Bögel paste al vroeg stoomkracht toe, in 1831 werd de eerste stoominstallatie geplaatst. In 1853 ontwierp en bouwde Nering Bögel de eerste oscillerende cilinder met 30 pk. Het bedrijf produceerdevuurtoren ameland zoals vele gieterijen vrijwel alles wat maar van ijzer was, ook vuurtorens. Zo bouwden zij bijvoorbeeld de vuurtorens van Westkapelle Laag, Scheveningen en Ameland. De vuurtoren op Ameland is in afzonderlijke segmenten naar Ameland verscheept. Deze segmenten werden ter plaatse op elkaar geplaatst.  
Verlichting
Op 10 mei 1881 werd de verlichting in de toren voor het eerst ontstoken. Met dit licht werden zeevarenden gewaarschuwd voor de gevaarlijke gronden bij de Amelander kust. De optiek is van de oude Westhoofd op Goeree, met drie schitteringen in de 15 seconden

 

 

 

Plaats:

53˚ 27, O O N.B. 5˚ 37 37 O.L. 
Lichthoogte: 58 mtr.
Boven de middenstand 
Lichtbron en sterkte  v.a. 1881: Vierpits petroleum vlamlicht / 24.000 kaars 
v.a. 1911: Pharline gloeilicht / 120.000 kaars
v.a. 1923: electrische gloeilamp / 307.000 kaars
v.a. 1952: Groepsschitterlicht / 4.400.000 kaars